Aan de rand van de Rotterdamse haven, waar supertankers afmeren met een diepgang van meer dan 22 meter, ligt de Maasvlakte Oil Terminal (MOT NV). Een van de grootste olieterminals ter wereld, en een joint venture van toonaangevende oliemaatschappijen.
Jaarlijks verwerkt MOT zo’n 35 tot 40 miljoen ton ruwe olie, goed voor ongeveer een derde van alle olie die in Rotterdam binnenkomt.
De terminal is het strategische beginpunt van een uitgebreid pijpleidingnetwerk dat loopt naar raffinaderijen in Rotterdam, Vlissingen en zelfs Duitsland. Alles, van de zeesteiger tot de pompen en de centrale controlekamer, wordt elektrisch aangestuurd. En dus is een betrouwbare energievoorziening hier geen luxe, maar een absolute randvoorwaarde.
Gedateerde installaties
Op de terminal bevindt zich een belangrijk substation, Sub 12, dat laag- en middenspanning verdeelt over de hele terminal. De installaties in het bestaande gebouw waren gedateerd, reserveonderdelen waren niet meer leverbaar en de kosten van onderhoud bleven stijgen. Samen met de aandeelhouders is uiteindelijk de knoop doorgehakt: het substation moet volledig worden vervangen. Een nieuw gebouw, met nieuwe installaties, dat wordt gebouwd achter het bestaande substation. Zodra het nieuwe substation operationeel is, wordt het oude gesloopt.
“MOT heeft zelf een actief deel van het engineeringstraject op zich genomen. Mede daardoor konden we de ruwbouw realiseren in slechts drie dagen. Bij een vergelijkbaar project zou minstens het dubbele gelden.”
Ruwbouw in drie dagen
De ruwbouw van het nieuwe substation stond in slechts drie dagen overeind. “Dit project heeft een lange voorbereidingstijd gehad, waarbij we nauw hebben samengewerkt met MOT,” legt Mark Oosterhof uit. Vanuit Spijkerman heeft Mark tijdens het engineeringstraject nauw samengewerkt met MOT en de specialisten in de fabriek in Elst.
“MOT heeft zelf een actief deel van het engineeringstraject op zich genomen. Mede daardoor konden we de ruwbouw realiseren in slechts drie dagen. Bij een vergelijkbaar project zou minstens het dubbele gelden. Zodoende hebben we kunnen realiseren dat de vele details, die juist bij een heel groot project als MOT zo belangrijk zijn, goed in het geheel ingepast zijn.”
Dat prefab beton zich hier zo goed laat gelden, is geen toeval. Doordat de elementen vooraf worden geproduceerd en getest, is de montage op locatie een kwestie van nauwkeurig uitvoeren wat al lang is voorbereid.
Ervaringen
De keuze voor Spijkerman lag voor de hand. Al in 2016 leverde Spijkerman een nieuw substation bij zeesteiger 1 op de terminal. Dat gebouw staat er nu tien jaar en presteert nog altijd naar volle tevredenheid: robuust, goed geconditioneerd en prettig om in te werken. Dat track record was een belangrijke reden om Spijkerman opnieuw in de vergelijking te betrekken.
Complexe opdracht
Het nieuwe substation staat op kolommen, een fundatie die door MOT’s eigen contractors is gerealiseerd. Dat maakte de samenwerking technisch intensief: het engineeringteam van Spijkerman werkte nauw samen met MOT om de prefab betonnen constructie naadloos te laten aansluiten op de bestaande fundatie en alle bijbehorende berekeningen.
Die intensieve samenwerking bleef niet beperkt tot de engineeringfase. Ook tijdens de uitvoering trokken Spijkerman en MOT nauw samen op. Het nieuwe Sub 12 op de Maasvlakte is daar een goed voorbeeld van: een prefab betonnen substation, gebouwd op maat voor een van Europa’s meest belangrijke olie terminals. Het resultaat: een bouwproces waarbij alle partijen op dezelfde golflengte zitten en het eindresultaat er naar is.
Gebouwd voor de lange termijn
Op de foto is te zien hoe het substation momenteel wordt afgebouwd: de laatste achterwanden worden geplaatst, de prefab betonnen elementen worden één voor één gehesen op hun definitieve plek. In een omgeving waar stilstand geen optie is, telt alleen het resultaat. Het nieuwe Sub 12 op de Maasvlakte is daar een goed voorbeeld van: een prefab betonnen substation, gebouwd op maat voor een van Europa’s meest belangrijke olie terminals.


